Slokdarm-maag kanker

Slokdarmkanker

De slokdarm (oesophagus) is een onderdeel van het spijsverteringskanaal. Het grootste deel van de slokdarm ligt in de borstholte. De slokdarm loopt ongeveer midden door de borstholte van de keel naar de maag. Vlakbij de slokdarm bevindt zich een groot aantal organen: de luchtpijp, het hart, de grote lichaamsslagader (aorta), de lichaamsader en de longen. Langs de slokdarm lopen verder bloed- en lymfevaten.

De slokdarm is een buisvormig orgaan van ongeveer 20 cm lang. De slokdarm bestaat uit spieren, een laag bindweefsel en een slijmvlieslaag. Algemene informatie voor patiënten met slokdarmkanker 2 De slokdarm dient voor transport van voedsel van de mond naar de maag. Nadat het voedsel is gekauwd en met speeksel vermengd, kan het worden doorgeslikt. Door het slikken ontspannen zich de bovenste sluitspieren in de slokdarmwand. Hierdoor komt het voedsel in de slokdarm. De spieren in de slokdarmwand beginnen zich nu boven de voedselbrok samen te trekken, terwijl de spieren in de wand onder het voedsel ontspannen blijven. Herhaalde samentrekkingen van de spieren in de slokdarmwand ’knijpen’ het voedsel naar beneden richting de maag. Het voedsel moet zo soepel mogelijk door de slokdarm kunnen glijden en mag nergens blijven steken. Dit gebeurt door bevochtiging van het voedsel met speeksel in de mond en doordat de binnenkant van de slokdarm een gladde slijmvlieslaag heeft.

Er is geen exacte oorzaak aan te wijzen voor het ontstaan van slokdarmkanker. Er zijn wel factoren bekend die het risico op het ontstaan van slokdarmkanker vergroten, namelijk:
• roken
• overmatig alcoholgebruik
• chronisch zuurbranden/opstijgend maagzuur
• ongezonde en eenzijdige voeding; weinig groente en fruit
• overgewicht.

Slokdarmkanker geeft in een vroeg stadium meestal geen klachten. De klachten ontstaan pas als de tumor zich heeft uitgebreid. De klachten die kunnen ontstaan zijn:
• het niet goed willen zakken van voedsel. Dit worden passageklachten genoemd.
• minder eetlust
• gewichtsverlies
• een pijnlijk en/of vol gevoel in de buurt van het borstbeen
• bloedarmoede (ontstaan door chronisch bloedverlies), waardoor vermoeidheid en duizeligheid kan optreden.

Slokdarmkanker ontstaat in het slijmvlies dat de binnenkant van de slokdarm bekleedt. Vroege vormen van slokdarmkanker worden meestal bij toeval ontdekt tijdens een inwendig kijkonderzoek. De diagnose slokdarmkanker wordt bijna altijd gesteld door het verrichten van een inwendig kijkonderzoek (gastroscopie).

In het UMCG vinden de volgende onderzoeken plaats:

Lichamelijk onderzoek en anamnese
Dit onderzoek is van belang om na te gaan hoe uw algehele conditie is en of er aanwijzingen zijn voor uitzaaiingen. De chirurg luistert naar uw hart en longen en voert een buikonderzoek uit. Verder onderzoekt de chirurg uw hals om vast te stellen of de lymfeklieren hier vergroot zijn. Daarnaast stelt de arts u vragen over het ontstaan van uw klachten en het verloop ervan.

Onderzoek voedingstoestand
Ter voorbereiding op het polikliniekbezoek stuurt de diëtist u alvast een vragenlijst toe met vragen over uw gewicht en uw voedingspatroon om thuis in te vullen. De antwoorden bespreekt u tijdens uw bezoek aan de diëtist. Aan de hand van uw antwoorden maakt zij een inschatting van uw voedingstoestand. De diëtist geeft u tips en adviezen over uw voeding. Soms kan het nodig zijn dat u bijvoeding of sondevoeding krijgt.

Gastroscopie
Met een flexibele slang waar een camera is ingebouwd, bekijkt de maag-darm-leverarts de binnenkant van uw slokdarm en maag. Hierbij neemt de arts vaak ook weefselmonsters (biopten) van de tumor in uw slokdarm voor onderzoek. De patholoog onderzoekt dit weefsel in het laboratorium en doet daarna een definitieve uitspraak over de aard van het weefsel. De patholoog bepaalt ook het type kankercel. Het type cel kan namelijk van invloed zijn op de behandelmogelijkheden.

Endo-echografie
Met een flexibele slang waarin een echo-apparaat is ingebouwd onderzoekt de maag-darm-leverarts uw slokdarm. Het echoapparaat zendt geluidsgolven uit die worden omgezet in beelden. Met dit onderzoek kan zichtbaar worden gemaakt of de tumor zich heeft uitgebreid en hoever deze mogelijk is ingegroeid in de wand van de slokdarm. Daarnaast bekijkt de arts de omringende lymfeklieren. Bij verdenking op een uitzaaiing in een lymfeklier kan de arts via de flexibele slang de lymfeklier aanprikken met een naald om cellen op te zuigen voor onderzoek. De patholoog onderzoekt deze cellen in het laboratorium.

CT-scan van de borst- en buikholte
Een CT-scan wordt gemaakt om na te gaan of er mogelijke uitzaaiingen zijn. U krijgt een contrastmiddel toegediend via een infuus of een injectie. Vervolgens worden er röntgenfoto’s gemaakt. Met behulp van een computer worden deze röntgenopnames bewerkt tot speciale beelden. De beelden die ontstaan zijn dwarsdoorsneden van het menselijk lichaam. Mogelijk heeft u dit onderzoek al in een ander ziekenhuis ondergaan. Als de radioloog vindt dat de eerder gemaakte beelden niet duidelijk genoeg zijn, wordt een nieuwe CT-scan van u gemaakt.

PET-scan
Een PET-scan wordt gemaakt om na te gaan of er mogelijke uitzaaiingen zijn. Een PET-scan is een onderzoek waarbij u een kleine hoeveelheid radioactieve stof krijgt toegediend. Vervolgens worden afbeeldingen gemaakt van alle organen in het menselijk lichaam. Afwijkingen in de normale stofwisseling en doorbloeding zijn op deze manier zichtbaar te maken. Een gecombineerde PET/ CT-scan kan ook worden uitgevoerd. Dit is een onderzoek waarbij een PET-scan en CT-scan in één keer van u wordt gemaakt.

De meest voorkomende behandelingen bij slokdarmkanker zijn:
• een operatie, of een combinatie van operatie, chemotherapie en radiotherapie (bestraling)
• radiotherapie (bestraling)
• chemotherapie
• een combinatie van chemotherapie en radiotherapie
• het plaatsen van een stent.

Het voert te ver om alle behandelingen hier uitgebreid te bespreken. Meer informatie over deze behandelingen leest u in aparte brochures die u, afhankelijk van de behandeling die u gaat krijgen, ontvangt.

De behandeling van slokdarmkanker kan zich richten op:
• genezing (we spreken dan van een curatieve behandeling)
• bestrijding van klachten (we spreken dan van een palliatieve behandeling).

Bij de keuze van uw behandeling spelen verschillende factoren een rol, zoals:
• het type tumorcel
• de grootte en plaats van de tumor en de mate van doorgroei in de omringende weefsels
• of de tumor is uitgezaaid
• uw leeftijd en algehele conditie
• uw persoonlijke wensen en omstandigheden.

De chirurg bespreekt uitgebreid met u welke behandeling voor u het beste is en of deze behandeling is gericht op genezing of op bestrijding van uw klachten. Realiseert u zich, dat de precieze invulling van een behandeling altijd van persoon tot persoon kan verschillen. Het komt voor dat in andere ziekenhuizen behandelingen worden geboden die het UMCG niet biedt. Als u denkt dat deze behandelingen zinvol voor u kunnen zijn, kunt u dit met de chirurg bespreken.

In deze folder vindt u meer informatie over slokdarmkanker en de behandeling:
Slokdarmkanker

Maagkanker

Meer informatie volgt zo spoedig mogelijk.

Meer informatie volgt zo spoedig mogelijk.

Meer informatie volgt zo spoedig mogelijk.

Meer informatie volgt zo spoedig mogelijk.

Meer informatie volgt zo spoedig mogelijk.